Ik ben wel eens beter voorbereid aan een marathon begonnen. Niet dat ik niet getraind had. Zeker wel, maar niet zo gericht als anders. Ik had me na de zomervakantie van de marathon laten afleiden door twee triathlons. Bij de lange duurlopen kreeg ik last van mijn enkels, waarschijnlijk veroorzaakt door zwemtraining met zwemvliezen. Ook kreeg ik last van mijn lies, maar dat euvel verdween onmiddellijk toen ik nieuwe, knalgele schoenen had aangeschaft.
Mentaal was ik ook niet helemaal in topvorm. Veel dingen aan mijn hoofd. Tot op het laatste moment druk. En de druk van een collega bij ING die van plan was mij er zonder enige training uit te lopen.
Die collega, Rutger van W., was zes weken voor de marathon door vrienden uitgedaagd zijn grootspraak te bewijzen. Nu had Rutger al eerder en niet onverdienstelijk een marathon gelopen en is hij zo'n 20 jaar jonger dan ik, maar zonder trainen onder de vier uur lopen? Zijn hele voorbereiding bestond uit een trainingskamp van twee weken op de Braziliaanse stranden en het niet roken op de ochtend van de wedstrijd. Dat laatste is een polderalternatief voor een hoogtetraining. Door langdurig en veel te roken knijp je je zuurstoftoevoer af, net als anders door de ijle lucht hoog in de bergen gebeurt. Je lichaam went daaraan, dus als je vlak voor de wedstrijd ophoudt met roken, krijgt je lichaam opeens een enorme zuurstofboost. Vreemd genoeg lees je in de sportliteratuur niets over deze methode.
In ieder geval had ik voor de wedstrijd mijn oorspronkelijke doel om binnen de vier uur te lopen al laten varen. Gemiddeld zes minuten per kilometer leek mij realistischer. Bovendien rekent dat lekker makkelijk.

Toen ik de vrijdag voor de marathon vanuit mijn werk naar de 'Sporthallen Zuid' wilde gaan, trof ik een groepje mensen in de hal die zorgelijk naar de beurskoers van ING keken. Die was gekelderd met 25%. Het was mij ontgaan wat er die dag allemaal op de beurs had gespeeld (druk), maar ik gaf nu echt prioriteit aan het ophalen van mijn startnummer boven de achtergronden van deze krach. Bij de 'Sporthallen Zuid' hoorde ik de mensen er echter ook over praten. Kennelijk was er iets heel ernstigs aan de hand. De vraag zong rond: "Wie zal er volgend jaar hoofdsponsor zijn?" Zou het echt zo erg zijn met ING? Pas later hoorde ik dat ING al dagen eerder had aangegeven haar sponsorbeleid te veranderen.

Op de dag dat mijn hoogste baas, Michel Tilmant, bij minister Bos over een kapitaalinjectie aan het onderhandelen was, werden mijn vrouw, mijn dochter en ik welkom geheten in het ING supportershome in het Olympisch stadion. Gelukkig. We nemen het er nog een keer van. Kennelijk waren er niet zo veel ING-ers die de hele marathon zouden lopen, want het was nog erg rustig in het home. Dat had onder andere het voordeel dat ik direct terecht kon op het toilet. (Het toilet is een beruchte bottle neck bij wedstrijden.). Even later kon ik vanuit mijn startvak in het stadion zwaaien naar mijn supporters die een riante plaats hadden gevonden voor een van de ramen die uitzicht op de baan gaven.
Ik stond in startvak groen, samen met de anderen die een tijd tussen de 4:00 uur en 4:30 hadden opgegeven. Helemaal vooraan in het vak stonden de pacers van vier uur met hun groene ballonnen. Ergens achter mij de pacers van 4:15 met oranje ballonnen. Wijs geworden door eerdere ervaringen zou ik mijn eigen koers lopen, maar als ik er voor zorgde dat ik tussen deze ballonnen bleef, zou ik mijn gewenste tijd halen.
Na het startschot duurde het ruim zeven minuten voordat ik over de startstreep liep. De groene ballonen waren toen de poort al lang uit. We zouden eerst een kleine ronde lopen, dezelfde als de deelnemers aan de Echo 7,5 kilometer. Als ik die nou eens lekker relaxed zou lopen, niet op mijn horloge kijken, dan zien we daarna weer verder. Zelfs relaxed ging het mij toch wat te langzaam in dit veld. Gestaag haalde ik in. Even voelde ik de pijn in mijn enkels opkomen zetten. Gelukkig trok deze snel weer weg. Bij de 7,5 kilometer klokte ik 42:20. Dat was dus te snel, want volgens schema had ik hier op 45 minuten moeten zitten. Mijn 42 minuten zou zelfs nog wel beter kunnen zijn dan die van mijn baas. Nee, niet van Tilmant. Die houdt niet van lopen. Die houdt van racen - Formule 1 - en dan doe je het binnen de drie minuten. Ik bedoel André J. die zich recentelijk ook tot het lopen heeft bekeerd en daar nu veel plezier in heeft.
Inmiddels waren de groene ballonen van de pacers van vier uur weer in zich gekomen. Ik liep in, dus ik ging te snel. Anderzijds, minder snel voelde niet goed. Toch maar tempo houden dan, dan heb je later wat speling. Bij de drinkpost van de 10 kilometer haalde ik de groene ballonnen in. Zij gingen te drinken halen, ik had drinken bij me. Ik was nu wel mijn snelheidsbegrenzer kwijt. Ach, waarom ook niet. Gewoon een tempo blijven lopen dat makkelijk aanvoelt.
Het weer was prachtig. Veertien graden. Een waterig zonnetje scheen door de wolken. Er stond een lekker briesje dat alleen op het stuk langs de Amstel naar Ouderkerk hinderlijk was. Ik was nog wel zo slim de rug op te zoeken van een Michelinmannetje dat een bollend jack droeg. Hoewel ik aardig wat lopers had ingehaald, zag ik er nog genoeg voor mij lopen. Al die mensen die op de andere oever liepen waren al op de terugweg. Even na Ouderkerk lag het 20-km-punt. Daar klokte ik 1:51:40, dik acht minuten onder schema. Nu dan echt maar rustiger aan. Buffer zat.
Ik dronk maar weer eens een flesje, zoals bij iedere vijfde kilometer, en nam ook een fruitreep. Zonder te eten loop je geen marathon uit.
Vreemd genoeg hadden we wind nu niet mee, maar van opzij. In de verte zag ik de Amsterdam Arena liggen. Ik kon me niet herinneren of we daar nog onderdoor moesten. Het halve marathonpunt kwam natuurlijk al snel. Nu was ík op de terugweg en zag ik de lopers op de andere oever die nog naar Ouderkerk moesten. Het was nog een lange sliert, maar een dunne lange sliert.

Het begon mij op te vallen dat er redelijk veel buitenlandse lopers meededen. Er werd in ieder geval Frans en Engels gesproken en ook een Scandinavische en een Chinees aandoende taal. Een Amerikaan vroeg aan een fietser hoe ver het nog was naar de metro. Dat was nog een heel eind. Of hij dan niet bij hem achterop de fiets kon. Dat vond de fietser bezwaarlijk, want hij fietste langzaam mee met zijn vriendin, die in de wedstrijd liep. Toen de Amerikaan aandrong, kreeg hij te horen dat een marathonloper niet te beroerd moest zijn om zes kilometer te wandelen.
Bij de vijfentwintig kilometer liepen we in het deprimerende industrieterrein OverAmstel. Dat ze daar nu niets anders op kunnen verzinnen. Dan liever onder de Arena door. De tijd was goed: 2:20:47. Zelfs nog wat ingelopen op schema. Ik begon stiekem te hopen dat ik toch onder de vier uur ging lopen.
Bij de achtentwintigste kilometer begon ik wat pijn in mijn buik te krijgen. Net alsof er van binnenuit spanning op staat. Ik kon daardoor niet goed meer rechtop lopen. Iets rustiger aan maar. Misschien dat het dan zakt.
Bij de dertig kilometer lukte het mij eindelijk een wind te laten. Dat gaf even opluchting. De klok gaf 2:52:00, dus iets tijd verloren, maar nog acht minuten om op de resterende twaalf kilometer te verspelen. Even later werd ik ingehaald door de groene ballonnen. Nu al? Nou ja, ze waren ook een stuk eerder dan ik over de startstreep gegaan.
De pijn keerde weer terug, maar nu ook met steken. Even wandelen dan maar. Uit ervaring weet ik, dat als je moet overgeven de wedstrijd voor jou eigenlijk voorbij is. De pijn zakte een beetje. Lopen dan maar weer. De pijn kwam terug. Dat een keer of vier, totdat het na de vijfendertigste kilometer (3:28:25) echt niet meer te houden was. Het kleine beetje dat er in mijn maag zat kwam eruit.
Het overgeven was eigenlijk redelijk snel achter de rug. De pijn was bijna over, maar je voelt je als een dweil. Eten en drinken kan je voor de rest vergeten. Even later kwamen de oranje ballonnen van de pacers van 4:15 voorbij. Een minuut of twee slaagde ik er nog in aan te klampen, maar toen was het definitief over. Hoe leuk het parcours dan ook is, het rijksmuseum, de Heinekenbrouwerij, het Vondelpark, het is afzien. Je concentreert je op de eerst volgende kilometer, want als je die gehad hebt, is er nog maar één kilometer te gaan tot de achtendertig. Dan heb je er nog maar vijf voor de boeg. Dat kan je zelfs kruipen. Dat kruipen is dan ook bijna nodig. Je wisselt wandelen en dribbelen af. Je wordt ingehaald. Als je rond kijkt zie je dat er meer lopers zijn die het moeilijk hebben. Het publiek roept: "Nog maar een klein stukje." De helling naar de ingang van het Vondelpark lijkt op de klim naar Alpe d'Huez. "Nog maar twee kilometers jongens!" Mijn vrouw en dochter kijken nu al vol verwachting naar de finish. Even bellen dat ik wat later ben, dat zijn ze zo gewend.
Na het park, op de Amstelveenseweg, kwam nog een ambulance met zwaailicht het parcours op. Sommige lopers waren kennelijk te moe om aan de kant te gaan. Of te doof. Het had wel iets aanlokkelijks, die ambulance. Ach, die ene kilometer moet nog wel kunnen.

Hoe dichter je bij het stadion komt, hoe meer fotografen je ziet. Ik kon het niet meer opbrengen om een opgewekt gezicht te trekken. Wel deed ik m'n best om een beetje netjes te lopen. Op de finishvideo is te zien dat dit nog aardig lukte ook. Ook zag ik er toen nog niet zo beroerd uit als na mijn finish in 4:25:42. Mijn vrouw en dochter stonden mij buiten op te wachten. Ik hoefde weinig te zeggen. Ik wilde nog even wat rekken en buitenlucht opsnuiven voordat we het supportershome ingingen. Bij de kniebuigingen werd het mij zwart voor de ogen. Ik moest gaan zitten met mijn hoofd tussen de knieën.
Bij het supportershome snelde de gastvrouw direct op ons af. "Kom snel binnen. Heeft u genoeg consumptiebonnen? Mevrouw, zorgt u goed voor hem?" Consumptiebonnen hadden we genoeg, vooral omdat ik nergens trek in had. Ik moest mijn hoofd afwenden van de schaal met bitterballen die rondtrok. Gelukkig was er een rustig hoekje waar ik kon bijkomen. Eerst voorzichtig wat water, dan voorzichtig wat sportdrank, daarna durfde ik zelfs een cola aan en tenslotte is het wonderlijk hoe snel je met wat bier en chips een marathonloper weer op de been hebt. Eigenlijk is bier en chips voor een marathonloper wat staatshulp voor ING is: een verhoging van het weerstandsvermogen. Je kunt je afvragen of niet beide als doping te beschouwen is. Een academische vraag, want ik hoefde natuurlijk niet naar de dopingcontrole. En als ik wel had gemoeten, dan was ik die avond niet meer thuisgekomen, want ik kon lange tijd geen druppel produceren. Ik denk trouwens dat Neelie Kroes daar ook haar vingers niet aan gaat branden. Aan die tien miljard staatshulp bedoel ik, die meneer Tilmant tijdens mijn marathon heeft opgehaald. Tien miljard, dat is twee duizend keer de Amsterdam Marathon sponsoren, maar dat brengt natuurlijk niet die acht procent rendement op de minister Bos beloofd is.
De grootste krachttour is die dag echter geleverd door Rutger die, omdat hij dat nu eenmaal had geroepen, gewoon een marathon in 3:56:27 liep. Bij ING werken is natuurlijk mooi, maar in zijn geval denk ik dat hij ook voor een sportcarrière had kunnen gaan.

Volgend jaar de Rijksmarathon van Amsterdam. Ik denk dat ik een halve doe. Dat kan ik namelijk wel.

 

P.S.
Mijn collega Rutger van W. wees mij erop dat ik abusievelijk zijn bruto tijd heb vermeld. In werkelijkheid heeft hij nog ruim vijf minuten sneller gelopen (3:51:16).
Ik ben toch wel heel benieuwd wat hij in Brazilië heeft gedaan.